24 uur met hoefsmid Jarin Vos

0
361

‘ik ben eigenlijk een paardenpedicure’

HULSHORST – Barkie staat elke dag om 07.00 uur op, tegelijk  met zijn baasje, hoefsmid Jarin Vos. ,,Om acht uur zijn we bij de eerste klant. Barkie gaat elke dag met mij mee,’’ zegt Jarin. ,,Hij is al bij me vanaf het moment dat hij zes weken oud was. Hij loopt gewoon los en vermaakt zichzelf, of hij gaat in mijn bus liggen, dat is voor hem zijn huis. In mijn vorige baan had ik vaak een stagiair bij me en dat vond ik altijd heel gezellig. Toen ik een jaar geleden voor mezelf begon wilde ik geen stagiair. Maar na een tijdje voelde ik mij toch wel alleen en zocht ik een hondje. Barkie was het laatste onverkochte hondje van een klant van me en toen ik hem zag was ik verkocht.’’ Jarin heeft een vast schema waarin hij de bezoeken aflegt. Op maandag is hij in de buurt van Hulshorst en Oldebroek, dinsdag is de regio rondom Zwolle aan de beurt, woensdag Lelystad en donderdag Kootwijkerbroek en omgeving. Jarin: ,,Ik heb dat expres zo gedaan, zodat mijn klanten daarop kunnen inspelen en dat gaat gemakkelijker met een vaste dag. Als ik klaar ben met mijn werk aan de voeten van het paard dan maak ik meteen een afspraak voor de volgende keer. En op die manier hoef ik ook niet van hot naar her te rijden.’’ Een hoefsmid is vergelijkbaar met een pedicure voor mensen. Ook bij een paard komt eelt onder de hoef en soms ontstaat er hoefzweer, een soort blaar onder de hoef. Jarin: ,,Als een paard hoefzweer heeft dan loopt een paard nog net niet alsof hij een been gebroken heeft. Ik bevoel met een speciale tang waar de zweer zit en als ik die te pakken heb knijp ik de zweer er, samen met de pus uit. Als een paard bijvoorbeeld blessures aan de banden heeft, kan ik soms met speciale hoefijzers of pads het genezingsproces ondersteunen.’’

Het doel van een hoefsmid is om het paard zo comfortabel te laten lopen, dus elke zes á acht weken moet de hoef gekapt worden. Maar het kan ook zijn dat een paard met een hoefijzer beslagen moet worden. Dat is het geval als een paard veel op straat loopt of hoog in een wedstrijd meedoet. Jarin: ,,Als ik aankom op het adres, dan pak ik mijn bus uit,  zet ik mijn aambeeld klaar, zorg dat de stroom in de bus het doet en zet ik een emmertje water klaar als ik een paard op ijzers moet zetten. Ik bekap het paard, haal het eelt eronder vandaan en maak alles netjes schoon. Als ik alleen bekap, ben ik in een kwartiertje klaar, maar als er hoefijzers onder moeten heb ik ongeveer een uur de tijd nodig.’’ Die hoefijzers koopt hij trouwens gewoon bij een groothandel die ze, net als schoenen, in verschillende maten levert. Tijdens de opleiding tot hoefsmid heeft hij nog wel geleerd hoe hij zelf hoefijzers moet maken, maar dat heeft hij daarna nooit meer gedaan.

Niet elk paard is ervan gediend dat zijn hoeven gekapt worden getuige de vele botbreuken die Jarin de afgelopen jaren heeft opgelopen. ,,Mijn enkels, schedel, been, handen zelfs een paar keer, zijn gebroken geweest door toedoen van een paard. Het hoort erbij en daar leer je van dat je zelf scherper moet opletten op de reactie van het paard. Zeker bij nieuwe paarden moet ik altijd blijven opletten of hij lief of brutaal is,’’ zegt hij laconiek. Jarin besloot op zijn vijftiende, na het behalen van zijn diploma aan het Oosterlicht in Elburg, dat hij bakker wilde worden. Jarin:,,Ik zocht een vakantiebaantje om de tijd tot de studie begon te overbruggen en kwam terecht bij een hoefsmid waar ik allerlei klusjes deed, zoals het paard vasthouden en zo. Toen de bakkersopleiding begon wist ik al na twee weken dat dat beroep niets voor mij was en ben ik in Zwolle en Barneveld de opleiding voor hoefsmid gaan volgen.’’ Volgens Jarin moet je een paardenman in hart en nieren zijn om het beroep van hoefsmid goed te kunnen uitoefen en beschikken over geduld, niet alleen met dieren, maar vooral ook met mensen. Jarin:,, Het klantcontact is heel belangrijk, je bent wel met hun dier bezig. Veel mensen beschouwen hun paard bijna als hun kind, het is hun passie, dat mag je niet verknoeien.’’ Wat vindt Jarin eigenlijk het leukste van zijn beroep? ,,De vrijheid die je hebt; iedere dag is anders, je doet lekker je ding en je bent buiten met paarden en mensen. Wat ik minder aan mijn beroep vind is dat ik altijd aan het werk ben. Ook in het weekend of ‘s avonds kunnen mensen een beroep op mij doen als er een noodgeval, een spoedje of een hoefzweer is. Als een paard op zaterdag meedoet aan een wedstrijd en de eigenaar ziet vrijdagavond laat dat er een hoefijzer verdwenen is, dan bellen ze mij. Soms zijn het kleine dingen, maar er is altijd werk, al is het maar je administratie bijwerken, en soms breekt dat me wel eens op. Maar het hoort erbij, daar kies je voor.’’  

Het hele leven van Jarin draait om paarden, want samen met zijn familie houdt hij vier paarden. Jarin: ,,Wij houden Hackneys, dat is een apart ras, waarmee we naar wedstrijden show rijden gaan. Dat is wedstrijdvorm waarin een mooi rijtuig en speciale kleding gebruikt worden. Daar heb ik elke dag ook nog zo’n twee á drie uur werk aan om ze te verzorgen en de stallen schoon te maken, al moet ik wel zeggen dat ik dat samen met mijn familie doe. Ik ben een echt familiemens, koken doe ik bijvoorbeeld bijna nooit. Ik eet vaak bij mijn zus of bij mijn ouders. Ik vind koken wel leuk, maar je moet er wel de tijd voor hebben,’’ lacht hij. In het weekend is Jarin vaak te vinden in de Citybar in Elburg, die eigendom is van zijn zus. Niet als klant, maar in de bediening. Jarin: ,,Mijn zus heeft me geholpen om mijn bedrijf op te starten en als het nodig is help ik haar in haar bedrijf.’’ Het streven van Jarin is om rond elf uur Barkie naar zijn mandje te verwijzen en zelf naar bed te gaan, maar het zal duidelijk zijn dat dat streven bijna nooit gehaald wordt.  

Door Ank Herstel. Foto’s Maarten van de Biezen.