Van een dove freule en een landhuis in Elspeet

0
213

In het jaar 1919 bouwde de Nederlandse architect Samuel de Clercq aan de Krommeweg 40 in Elspeet een villa in de zgn. Gooise landhuisstijl. De Clercq was een befaamde  architect die onder andere bekend was door zijn medewerking aan het ontwerp van de Rotterdamse wijk tuindorp Heijplaat. Ook zou hij een groot aantal villa’s ontwerpen in de luxe stijl van die tijd. De karakteristieke villa met zijn rieten kap  staat nog steeds te pronken in Elspeet en heeft zoveel waardevolle stijlkenmerken dat hij op de Gemeentelijke monumentenlijst van de gemeente Nunspeet staat.

Het huis aan de Krommeweg werd landhuis Sterrehof genoemd, ook sprak men over landhuis Sterrehovenken en dit huis zou na de oplevering bewoond gaan worden door jonkvrouw  Ima van Eysinga. Zij was een opvallende verschijning, die enerzijds bekend stond als een voorname adellijke dame die schilderde en textielkunstenares was en anderzijds als een vrouw die doof was. In Elspeet werd zij de freule genoemd.

Jonkvrouw Ephraïma Henriëtte Johanna van Eysinga werd in 1881 geboren in Noordwijkerhout waar haar vader jonkheer mr. Tjalling van Eysinga burgemeester was. Op driejarige leeftijd werd de kleine Ima, zoals ze genoemd werd, tijdens een buitenlandse reis met haar ouders door een infectieziekte volledig doof en dat zou haar leven lang gevolgen hebben. 

Doofheid was in de 19e eeuw nog een beperking waar men niets aan kon doen. Het gebruik van hoorapparatuur en het plaatsen van een cochleair implantaat die het leven van een dove in de 21 eeuw zo veel aangenamer kunnen maken, waren in die tijd nog onbekend. Het was voor een dove aan het einde van de 19e eeuw ook niet gebruikelijk om gebaren te gebruiken, deze  werden namelijk gezien  als minderwaardige taaluitingen die de gesproken taal in de weg stonden  en men moest het maar zien te redden met spraakafzien (liplezen) en het leren van gesproken taal. In 1880 werd tijdens een congres van (horende) leraren en regenten in het dovenonderwijs in Milaan besloten dat onderwijs aan dove kinderen alleen via de spreekmethode gegeven mocht worden. Het gebruik van gebarentaal, de moedertaal van doven, werd totaal uitgebannen en zelfs verboden. Op de Nederlandse doveninstituten werd dit besluit overgenomen en  leerden de leerlingen het gesproken Nederlands desnoods door hun handen netjes over elkaar te houden of hun handen achter hun rug te vouwen om gebaren te voorkomen. Na de lessen was het echter een bevrijding om onder elkaar weer heerlijk te gebaren, meestal gebeurde dit stiekem, want het was ook buiten de lessen verboden en dat terwijl gebarentaal de natuurlijke taal , de moedertaal, van dove mensen is. Het leren spreken was vreselijk moeilijk en de verstaanbaarheid was voor buitenstaanders vaak heel beperkt. Het duurde meer dan 100 jaar voordat men tot andere inzichten kwam en pas in de jaren 80 van de 20e eeuw werd gebarentaal naast gesproken Nederlands weer gebruikt als communicatiemiddel op de scholen. Dat de Nederlandse Gebarentaal (NGT)op 13 oktober  2020, na een jarenlange strijd vanuit de dovengemeenschap, door De Eerste Kamer werd erkend als officiële taal kon men in de 19e eeuw niet vermoeden. 

Voor de ouders van de driejarige Ima was het in die tijd vanzelfsprekend dat hun dochter niet naar een doveninstituut zou gaan. Zij kozen ervoor hun dochter privéonderwijs te laten volgen in binnen- en buitenland, waardoor zij zo min mogelijk met gebaren in aanraking zou komen. Op het moment dat zij doof werd had zij al een zekere mate van taalontwikkeling achter de rug, waardoor haar ontwikkeling een betere start maakte dan die van doofgeboren leeftijdsgenootjes. Daarnaast was Ima een zeer intelligent kind die de taal snel leerde. Het feit dat zij uit een zeer welgestelde familie kwam maakte de keuze voor duur privéonderwijs mogelijk. Ze bleek een talenknobbel te hebben, want ze leerde naast het Nederlands ook Frans, Duits, Engels, Zweeds, Italiaans en Hongaars. Zij kon zich in die talen misschien niet zo goed verstaanbaar maken, maar het lezen en het schrijven ging prima.

Al snel bleek dat Ima ook zeer kunstzinnig was. Zij kreeg les van bekende kunstenaars en werd zo een goede schilder, tekenaar en naaldkunstenaar. Haar gebrekkige mondelinge verstaanbaarheid zorgde er voor dat Ima moeilijk contact maakte met anderen. Zij was liever op zichzelf of samen met bekenden. Door haar opvoeding was het reizen haar met de paplepel ingegoten. Reizen deed ze graag en veel. Zij woonde soms langere tijd in het buitenland waar zij dan ook de taal leerde. Zoals zo veel kunstenaars kwam zij graag op de Veluwe en vooral in Elspeet, waar zij de rust en het natuurschoon vond om inspiratie voor haar werk  te krijgen. Op 36-jarige leeftijd besloot zij zich definitief in Elspeet te vestigen, waar zij landhuis Sterrehof liet bouwen. In dit huis zou zij tot haar dood in 1958 blijven wonen. Het rietgedekte landhuis had een mooie aanbouw waar Ima haar atelier had in de onmiddellijke nabijheid van de prachtige  bossen  en heide. De freule was een eenvoudige en gelovige vrouw. Haar doofheid maakte een nauw contact met de Elspeter bevolking erg moeilijk. Zij had wel veel contact met de Engelse kunstenaar Blanche Douglas Hamilton die ook in Elspeet woonde en werkte en bekend stond als De Juffer.

Opvallend was haar vriendschap met schaapherder Willem Mouw die waarschijnlijk ontstaan is door haar voorliefde voor het schilderen van schapen op de heide. Ook met zijn zus Maria Mouw onderhield zij een vriendschappelijke relatie. Haar kennis van de Zweedse taal had er voor gezorgd dat er een mooie vriendschap was ontstaan  met de Zweedse schrijver Selma Lagerlöf, de auteur van onder andere het prachtige boek Nils Holgerssons wonderbare reis.  Ima maakte voor een bijzondere herdruk van dit boek een aantal mooie aquarellen die als illustratie dienden. Zij bezocht de schrijver in de jaren 20 twee keer. Selma Lagerlöf kwam in 1928 voor een tegenbezoek naar landhuis Sterrehof waar zij bij Ima logeerde. Zo leerde de wereldberoemde Zweedse, die in 1909 de Nobelprijs voor de Literatuur had gewonnen, het mooie Elspeet kennen en over dit bijzondere bezoek schreef zij in 1929 een reisverslag in een Zweedse krant. En Ima? Zij schilderde, tekende, maakte mooie textielkunstwerken en exposeerde op veel plekken in het land. In de omgeving van Elspeet schilderde zij vooral herders met schapen, houtskoolbranderijen en portretten van vrienden en bekenden.

In het Noord-Veluws Museum te Nunspeet was onlangs nog een groot deel van haar werk te zien tijdens de tentoonstelling  Blanche, Ima en Chrisje- Wereldvrouwen op de Veluwe. 

Het Landhuis Sterrehof staat als stille getuige van de geschiedenis  van de Freule van Elspeet als altijd aan de Krommeweg in Elspeet. 

Door Bert Biesmeijer
Foto Bram van de Biezen
Veluwse Courant maart 2021

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here