Militairen in Nunspeet

0
3268

De komst van Legerplaats Nunspeet, de latere Generaal Winkelmankazerne, op de Elspeter heide leidde in 1952 tot  heel wat commotie en veranderingen in het tot die tijd rustige Nunspeet. In de gekte rondom de Koude Oorlog die de spanningen tussen het Westen en het Oostblok tot gevaarlijke hoogte deed oplopen besloot de Nederlandse regering om overal in het land nieuwe legerplaatsen te stichten. De wapenwedloop was begonnen en dat zorgde er voor dat de kleur legergroen overal in het land duidelijk zichtbaar werd. Het Nederlandse leger groeide en ook op de Veluwe kwamen meerdere legerplaatsen.  

Op de nieuwe Legerplaats Nunspeet was plaats voor 2000 militairen, voor een groot deel dienstplichtigen, maar ook veel beroepsmilitairen en burgerpersoneel. Al die nieuwkomers zouden een groot stempel drukken op de ontwikkelingen in het dorp.  In de eerste plaats moesten al die beroepsmilitairen een woning krijgen, het liefst in Nunspeet zelf. In de tweede plaats moesten al die militairen zich kunnen vermaken en deel  kunnen uitmaken van het sociale leven in het dorp. Het karakter van Nunspeet veranderde hierdoor van een behoudend  dorp  in een meer open gemeenschap waar ruimte moest zijn voor uitgaansgelegenheden, meer winkels, verenigingen enzovoort. Het aantal te bouwen woningen moest drastisch omhoog. Nunspeet was niet groot en in de kom van het dorp was weinig plaats voor nieuwbouw. Die vond men wel in het gebied aan de randen van de kom. Brinkakkers, Brouwerskamp en vooral de Zoom waren gebieden waar wel voldoende plek voor woningbouw was, maar daar zou woningbouw ten koste gaan van natuurschoon dat volop aanwezig was.

Woningbouw op De Zoom.

In het gebied dat bekend stond als De Zoom was in de eerste  helft van de 20e eeuw al wat activiteit ontstaan met betrekking tot woningbouw en vestiging van industrie, maar het grootste deel van het gebied bestond nog uit woeste gronden met kleine agrarische bedrijfjes. Van oudsher was het een arm gebied, waar keuterboeren en arbeiders probeerden een bestaan op te bouwen op de met heide begroeide stuifzandgronden. Dat was in de meeste gevallen erg moeilijk en De Zoom kreeg al snel de naam een buurt te zijn waar armoede overheerste. Veel dorpsgenoten spraken met enig dedain over de ‘armoedzaaiers’ op de Zoom. Het gebied  had nog veel kenmerken van een authentiek Veluws landschap en was daardoor een geliefd onderwerp voor kunstschilders die graag hun schildersezel neerzetten in die rustieke omgeving met de zogenaamde  locomotiefhuisjes, waarvan er nu nog een in het Openluchtmuseum staat en een enkele nog in de buurt van de Waterweg. Er waren protesten tegen de plannen van de gemeente Ermelo het gebied vol te bouwen met woningen, die vooral bestemd waren voor de nieuwkomers van de legerplaats, maar de gemeente zette door. De nieuwe wijk zou Feithenhof heten, genoemd naar Maria Catharina Feith, de weduwe van de burgemeester van Elburg, die in 1733 in haar testament bepaalde dat  een groot deel van haar nalatenschap besteed moest worden aan de stichting  van een ‘Godshuis voor de verzorging van arme bejaarden met de naam De Feithenhof in Elburg’. De weduwe Feith bezat ook veel grond in Nunspeet waar de naam Feithenhof aan herinnert.  

Langs  de nieuwe straten die aangelegd werden bouwde woningbouwvereniging ‘De Goede Woning’ rijtjeshuizen met rode pannendaken en witte buitenmuren. Kleine eenvoudige woningen die op ruime percelen gerealiseerd werden. Duinweg, Dalweg, Heuvelweg en Randweg herinnerden aan het vroegere stuifzandgebied van de Zoom. In de begintijd was dat stuifzand nog volop aanwezig tot ergernis en frustratie van de nieuwe bewoners die het huis niet schoon konden krijgen. Het zand drong door alle kieren en gaten naar binnen. De wijk stond slecht aangeschreven. Rijtjeshuizen vond men een gemiste kans, ‘een lelijke goedkope oplossing’;  in plaats van mooie karakteristieke huizen die bij de omgeving van het authentieke Zoomgebied pasten bouwde men volgens critici ‘eenvormige woonblokken zonder karakter’. De nieuwe bewoners zagen hun nieuwe huis vooral als tijdelijk onderkomen, omdat ze toch weer zouden vertrekken. Bewoners kwamen overal vandaan en vormden geen eenheid. Waar men zich in die tijd erg druk over maakte was het feit dat er geen kerkelijke eenheid was. 

De hervormde predikant ds. Kleermaker maakte zich in 1957 ernstige zorgen over Feithenhof: ‘Het gevaar van geestelijke vereenzelviging dreigt hier, de wijk ligt namelijk los van het dorp Nunspeet en de bevolking is zeer gemengd. Dit laatste ook wat betreft de verhouding tot de kerk’, aldus de dominee. Kerkelijk Nunspeet wilde dan ook zo snel mogelijk starten met de bouw van een kerk waar men de nieuwe bewoners naar toe kon trekken. Het werd een wijkgebouw van de Nederlands hervormde kerk, waar de mensen in ieder geval op zondag een dienst konden bijwonen.

Wat men ook een probleem vond was de ruimte tussen de woningen. Men vond de afstand tussen de huizenblokken veel te groot en men miste winkels en scholen in de buurt, waardoor men nu helemaal naar het dorp moest lopen om de benodigde boodschappen te doen. Al gauw werd er in 1959 een comité opgericht om Nunspeet te behoeden voor verder verval en achteruitgang. Nunspeetse architecten, kunstenaars, gemeenteraadsleden, middenstanders en andere notabelen zaten samen in het Actiecomité tot Harmonische Ontwikkeling van het dorp Nunspeet. Nunspeet was in hun ogen helemaal bedorven. In plaats van een toeristische parel op de Veluwe werd Nunspeet een  vergaarbak van lelijke industrie met nog lelijker eenvormige woonwijken. Met hun actiecomité wilden zij voorkomen dat Nunspeet verder zou afglijden. Feithenhof, spande  volgens hen de kroon. ‘Het mooie gebied van De Zoom is totaal bedorven door de lelijkheid van de nieuwbouw.’  De slechte naam die de wijk kreeg is nooit helemaal verdwenen. Feithenhof kampt nog steeds met een matig imago en dat terwijl de ruimte van de grote percelen, de lichte kleur van de huizen nog steeds best vrolijk ogen en wie wil dat tegenwoordig niet?

Korea

Al gauw kreeg de wijk de bijnaam Korea, omdat er een aantal oud-militairen kwam wonen die na de Koreaanse oorlog  aldaar als VN-militairen gediend hadden. Die bijnaam vond men niets. Korea was geen prettige naam voor het gebied dat van oudsher Feithenhof heette. Men vond die laatste historisch verantwoorde naam veel beter. Korea deed denken aan oorlog, dood en verderf. ‘Nunspeet zou meer respect moeten hebben voor de historische namen die zoveel meer zeggen dan al die bijnamen.’  

De militairen die er woonden vonden het echter prima. De huizen waren fris en nieuw, er waren twee-onder-een-kapwoningen voor het hogere kader en rijtjes met 3 of 4 woningen voor de lagere rangen. Ook  elders in het dorp werden dergelijke huizen gebouwd voor deze groep: De Brouwerskamp en Brinkakkers werden volgebouwd met rijtjeshuizen. Al die huizen staan er nu nog en vormen nu een gewaardeerde woonplek. De eenvormige bouw zou in de jaren die volgden heel normaal worden. Goedkoop en snel bouwen voor de steeds grotere groei van de bevolking was een geaccepteerde oplossing voor de woningnood. Kijk naar Oenenburg en Oosteinde waar de meeste mensen met plezier gingen wonen. 

Het imago van Korea bleef echter jarenlang onder de maat, ook toen er steeds meer woningen bij kwamen in de buurt van de Jan Topweg. Hier woonden niet alleen militairen maar er vestigden zich ook leraren en ambtenaren. ‘De koude aardappelbuurt’ werd de nieuwe bijnaam. Het was niet gauw goed in het dorp. 

Feithenhof/Korea wordt nog steeds met beide namen aangeduid. Officieel heet de wijk Feithenhof, maar in de volksmond zegt men nog gewoon Korea, zelfs 60 jaar na dato.

Militairen wonen er niet veel meer, de legerplaats is na de val van de Berlijnse Muur al lang teruggegeven aan de natuur, maar Feithenhof/Korea is nog steeds een wijk met veel ruimte en vrolijk ogende huizen waar mensen met plezier wonen, ook al zijn het rijtjeshuizen, die volgens het comité van 1959 het aanzien van Nunspeet helemaal verpest hadden .

Door: Bert Biesmeijer