Kunstenaarsdorp: Arthur Henri Christiaan Briët

0
831
Suusje kleden, ca. 1910. Olieverf op doek, 68 x 79 cm. Collectie Noord-Veluws Museum.

Met enige trots wordt regelmatig de opmerking gemaakt dat Nunspeet een echt Kunstenaarsdorp is. Ook niet zo verwonderlijk met de aanwezigheid van één van de drie Nederlandse Academies voor Beeldende Kunsten en natuurlijk het Noord-Veluws Museum met een collectie schilderijen en tekeningen van kunstenaars/schilders die tussen 1890 en 1950 werkzaam waren op de noordelijke Veluwe. Maar de betiteling heeft vooral te maken met de vele kunstenaars/schilders die in de loop der tijd in of in de omgeving van Nunspeet hebben gewerkt. Veel straten in het dorp zijn naar hen genoemd. De komende weken zullen we in de geschiedenis duiken. 

In de zevende aflevering: Arthur Henri Christiaan Briët (1867-1939)

Waar veel schilders voor kortere tijd in Nunspeet hun domicilie hadden is Arthur Briët, met enkele onderbrekingen,  bijna een halve eeuw inwoner van Nunspeet geweest. Niet verwonderlijk dat het dorp deze kunstschilder heeft geëerd met de vernoeming van een straat.

Arthur Briët werd op 25 januari 1867 geboren in Madioen in Nederlands-Indië. Vader Briët was Nederlands Hervormd predikant en werd in 1853 benoemd in Madioen, waar hij zich met zijn vrouw, de domineesdochter Susanna van Leeuwen uit Tiel, vestigt.

Een jaar na de geboorte van Arthur overlijdt echter zijn vader en drie jaar later vertrekt de weduwe met haar zoontje naar Nederland. Ze gaan wonen in Den Haag. In 1873 trouwt ze opnieuw, nu met Nicolaas de Zwaan en krijgen ze een dochter Andrea.  (Een paneel ,strandvermaak’ van 1875 is door Arthur Briët opgedragen aan zijn stiefzuster). Later verhuist het gezin naar Utrecht

Tekentalent

Na de lagere school volgt Arthur de HBS in Utrecht. Daar begint zijn tekentalent op te vallen. Met goedvinden van zijn leraar maakt hij illustraties tijdens de literatuurlessen in de marges van de leerboeken. Op 17-jarige leeftijd slaagt Arthur voor het eindexamen. Dan is al duidelijk dat hij geen ,domineesbloed’ heeft meegekregen. Niet de redenaarskunst, maar de beeldende kunst zal zijn verdere leven bepalen.

Er is voor Arthur Briët na de HBS maar één keuze: de schildersloopbaan. Met toestemming van zijn moeder en stiefvader neemt hij lessen bij de in die dagen zo bekende Utrechtse ,meester’ Jozef Hoevenaar Wzn.

Zijn eigenlijke studie begint als hij wordt toegelaten als leerling van de Academie der Schone Kunsten in Antwerpen.

Interieur van de schildershut van de kunstenaar in Nunspeet, ongedateerd. Olieverf op doek, 65 x 80 cm. Collectie Noord-Veluws Museum.

Koninginnen

Al aan het eind van het eerste leerjaar krijgt hij de Prix d’ Excellence voor zijn tekenwerk. Er zouden nog vele prijzen en onderscheidingen volgen. Ook de koninginnen Wilhelmina en Juliana hebben werken van hem aangekocht.

In de schildersklas volgt hij de lessen van Charles Verlat. In 1888 behaalt hij twee eerste prijzen, één voor het schilderen van en studie naar naakt en één naar gekleed model.

In 1886 dingt hij mee naar de koninklijke subsidie (ingesteld door Z.M.Koning Willem lll). Hij krijgt die toelage vier achtereenvolgende jaren. 

Kunstreis

Omstreeks 1890 onderneemt Arthur Briët een kunstreis naar Italië, waar hij veel kleine werkstukken maakt, meest landschappen met figuren, die vlot verkocht worden. Na nog enige tijd in Parijs gewerkt te hebben gaat hij in 1891 weer op weg naar ,huis’. Hij voelt zich te veel Nederlander. Maar hij strandt in Vlaanderen en werkt daar enige tijd samen met Alexander Struijs. Hier werkt hij, geïnspireerd door Struijs, aan exterieurs en interieurs van eenvoudige woningen in de armenwijken van Mechelen.

Hoewel ook beoefenaar van het landschap en het portret krijgt Briët vanaf 1892 vooral het etiket ,binnenhuis- of interieurschilder’ opgeplakt. Zijn liefde voor het interieur is in Vlaanderen geboren!

In 1883 woont Arthur Briët in Oisterwijk en ontmoet daar Johanna Sophia Antonia Vorsterman van Oijen uit Moergestel. Zij was na het overlijden van haar ouders als 8-jarige in huis genomen door haar grootouders in Moergestel. 

Stal met koeien, ongedateerd. Olieverf op doek, 55 x 64,5 cm. Collectie Noord-Veluws Museum.

Nunspeet

Na  hun huwelijk in 1893 -zij is dan zeventien jaar- verhuist het paar naar Nunspeet. Na verschillende verhuizingen in Nunspeet weet Briët beslag te leggen op de plaats waar hij tot het eind van zijn leven zal terugkeren om er te wonen en te werken. 

Hij huurt van de weduwe van Jacobus Boekhoven, Adriana Johanna Leijdenroth, een stuk land met kwekerij en atelier (waarschijnlijk een tuindersschuur). Het stuk grond maakt deel uit van ,,het Berenbosch”, een stuk overwegend woeste grond aan de Harderwijkerweg, bestaande uit zand, heide, hakhout, dennen, een kwekerij met schuur en een woonhuis met schuur en erf. Het grote huis ,Berenbosch’ wordt zijn woonhuis.

Mogelijk omdat in Nunspeet geen goed vervolgonderwijs is, vertrekt het echtpaar met hun kinderen Paul en Suze naar Den Haag. Paul studeert later af in Delft als bouwkundig ingenieur. Suze trouwt later met de arts Dr.Th.Scheffelaar Klots.

Hoewel men officieel tot 1926 in Den Haag woont, verblijven ze met grote regelmaat, zeker tijdens de zomermaanden op ,,Berenbosch’.

Nederlands Oost-Indië

In 1921 maakt Briët met zijn vrouw een reis naar het toenmalige Nederlands Oost-Indië. Ze logeren bij dochter Suze, die inmiddels met haar man in Solo woont. De reis zal tot doel hebben gehad hun in 1920 geboren kleindochter te bewonderen.

In elk geval heeft hij ook daar zijn ,handwerk’ niet laten rusten en vervaardigt hij vele krijttekeningen. Later zou Jaap Hiddink, zijn leverancier van schildersbenodigdheden en de nestor van de Nunspeetse schilders opmerken: ,,Met de opbrengst van zijn ,Solowerken’ heeft hij wel de reis naar Indië ruimschoots kunnen financieren”. In tegenstelling tot menig ander schilder heeft het Briët nooit aan voldoende financiële middelen ontbroken. 

Locomotiefhuisje

In 1926 vestigt het echtpaar zich opnieuw in Nunspeet en vormen het huis en atelier op de ,Berenbosch’ weer hun dagelijks verblijf. In 1927 laat Briët een echte zoomwoning (locomotiefhuisje) op het terrein achter zijn woning plaatsen. Deze gebruikt hij als tweede atelier (zie foto).

In dit armoedige originele zoomhuisje kan Athur Briët rustig werken. Onverwachte bezoekers van dit ,showatelier’ slaat de schrik soms om het hart bij de confrontatie met de levenloze ,Mie’, op haar lage stoel. Met eindeloos geduld schikt en verschikt Briët de inventaris in zijn atelier. Ook de aanwezige poes verandert steeds van plaats. Net zo lang tot de compositie aan zijn eisen van dat moment voldoet.

Portretten

Naast interieurs kan Briët ook uitstekend portretten schilderen. Een voorbeeld is een prachtig portretje van het jongste dochtertje van Jan van Vuuren: ,Rietje met pop’.

Briët is zeer gezien onder zijn collega’s maar ook onder het gewone volk. Natuurlijk heeft hij de mensen voldoende beloond voor hun verleende diensten door ondermeer voor hem model te staan. Hij is echter geen sociaal bewogen ,hervormer’ zoals de verffabrikant F.A.Molijn.

Mogelijk om de verbouwingsperikelen bij de ,Berenbosch’ te ontlopen gaat het echtpaar Briët twee jaar in Laren wonen. De echte reden is niet duidelijk geworden. In mei 1934 keren ze terug en nemen ze hun intrek in ,Bottelhof’.  Ook hier wil Briët beschikken over een ruim atelier en laat hij zijn zoon en architect Ir.P(aul). H.N. Briët het atelier ontwerpen. In 1935 is het atelier ,,blank van kleur, met riet gedekt en edel van lijn” voltooid.

Interieur met wieg, ca. 1900. Olieverf op doek, 135 x 157 cm. Collectie Noord-Veluws Museum.

Erg lang heeft hij er echter niet gewerkt. De charmante en altijd op verhuizen ingestelde dochter Suze wil ook graag in Nunspeet gaan wonen. Ze heeft haar oog laten vallen op het nieuwe atelier van haar vader. 

Het echtpaar komt met haar en haar man tot overeenstemming en het atelier wordt verbouwd tot woonhuis voor het gezin Scheffelaar Klots. Arthur Briët die toch een eigen atelier wil, laat op een ander deel van het terrein een klein ateliertje bouwen.. Hier heeft hij echter niet lang gewerkt.

Zijn ogen gaan in die tijd achteruit, waarmee ook zijn kleurgevoel (zijn heel sterke punt) terugloopt.

Overleden

Op 16 augustus 1938 overlijdt mevrouw Briët op ,Bottelhof’. Het grote huis ,Berenbosch’ was reeds verkocht aan Frans Buitenhuis. Met hem komt Briët tot overeenstemming om voor hem aan het huis ,Berenbosch’ enkele appartementen aan te bouwen. 

In januari 1939 betrekt Arthur Briët zijn nieuwe onderkomen. Nog geen maand later, op 23 februari 1939, overlijdt hij op 72-jarige leeftijd, op  eigen terrein’ en in zijn laatste interieur. De begrafenis heeft plaats op 27 februari 1939 op de nieuwe begraafplaats in Nunspeet. Veel kunstvrienden en hoogwaardigheidsbekleders wonen zijn begrafenis bij.

AG

Gezicht op het Elspeet in de sneeuw, 1900. Olieverf op doek, 59 x 115 cm. Collectie Gemeente Nunspeet.