Een huis met een Groningse naam: Robersum

0
363

Wonen in Nunspeet is overal mooi, maar een van de mooiste plekken om dat te doen bevindt zich tussen de F.A. Molijnlaan, Bosweg en de Dr.Schutlaan. Grote villa’s staan hier in de nabijheid van het Oranjepark te schitteren in een prachtige omgeving

De meeste villa’s zijn meer dan 110 jaar geleden gebouwd op de terreinen die te koop werden aangeboden uit het bezit van NV Maatschappij De Veluwe, de latere Veluvine verffabriek. De bedoeling was een villa-park te ontwikkelen waarbij de landelijk bekende landschapsarchitect Leonard Springer betrokken was. Deze Springer had een plan gemaakt voor een verbindingsweg van de fabriek naar het station Nunspeet, die de Groote Weg genoemd werd. Aan weerszijden van deze weg, de latere F.A.Molijnlaan, stonden vele percelen te koop, waar in de beginfase maar weinig belangstelling voor was. De moeilijke financiële situatie waarin Maatschappij De Veluwe verkeerde maakte het echter noodzakelijk dat de grond verkocht zou worden en er werd in het land flink reclame gemaakt voor het wonen in de bosrijke omgeving van Nunspeet. De schilder Jan van Vuuren schilderde zelfs in opdracht een gigantisch reclamebord dat in Utrecht op het station veel aandacht trok. In de loop der jaren werden er steeds meer percelen verkocht en bebouwd met prachtige villa’s die het aanzien van Nunspeet als luxe woon- en vakantieplaats zeker vergrootten. Artsen, kunstenaars en notabelen die het zich konden veroorloven, gingen wonen aan de rand van het dorp en zo vlakbij het bos.

Een van de percelen werd in 1909 verkocht aan de gezusters Brouwer uit Groningen. Zij hadden het perceel op de hoek van de Bosweg en de Boterdijk (nu Dr. Schutlaan) bemachtigd. Het huis dat zij in 1910 lieten bouwen werd Robersum genoemd. 

Waarschijnlijk was deze naam een verwijzing naar een oude Groningse boerderij met landerijen tussen Zoutkamp en Ulrum waar de dames oorspronkelijk vandaan kwamen. In Groningen noemde men zo’n boerderij een heerd. Het was een zogenaamde edele heerd, waarvan de bewoner bepaalde rechten had bij bijvoorbeeld de rechtspraak of het bestuur  van een zijlvest, tegenwoordig waterschap genoemd. Op de plek van deze vroegere edele heerd bevindt zich nu een camping met de naam Robersum.

In vergelijking met de grotere villa’s die langs de Groote Weg stonden had Robersum een bescheiden formaat, vrijstaand, met een flinke tuin rondom en op een prachtige plek aan de rand van het dorp. De architect was Herman Onvlee, geboren in 1885 in Baarn. (Sommige bronnen vermelden D. Kok uit Harderwijk als architect of uitvoerder). Onvlee bouwde villa’s, kerkgebouwen en woningen door heel Nederland. Het huis had 7 kamers, een serre, een keuken met een bijkeuken, een kelder en een zolder. Er was elektriciteit en stromend water dat met een elektrische pomp in de kelder werd opgepompt en dat was al heel wat in 1910. Bij gebrek aan riolering was het huis, zoals veel huizen in die tijd, aangesloten op een met specie beklede beerput die vlak tegenover de keuken in de tuin verborgen lag. Een maal per jaar moest de put geleegd worden en dat gebeurde vaak door de inhoud te gebruiken als mest voor de tuin. De aardbeien en de groenten groeiden er geweldig op. Het huis had maar weinig sanitair. Het was dan wel een villa, maar een goede badkamer was er niet aanwezig. Men waste zich met behulp van lampetkannen en -kommen die gevuld werden met warm of koud water. Verwarming was er alleen in de twee grote kamers op de benedenverdieping. Deze verwarming werd gerealiseerd met behulp van kachels die gestookt konden worden met hout en eierkolen en later met antraciet. Tegenwoordig zou dit alles ondenkbaar zijn, maar in de beginjaren van de 20e eeuw was dit  heel gewoon, Robersum was geen uitzondering . Nadat de gezusters Brouwer overleden waren en de laatste bewoner Van der Tuuk vertrok naar een andere woning aan de Eperweg werd de villa in 1941 gehuurd door de familie Biesmeijer, die het gebombardeerde Rotterdam ontvlucht was en in het rustige Nunspeet een rusthuis voor ouderen wilde beginnen. De oorlogsjaren stonden echter een goed businessplan in de weg en al snel werd er pension gehouden in het ruime huis. Twee kamers op de benedenverdieping werden verhuurd aan wie woonruimte nodig had. De joodse dames De Vries uit Soesterberg, moeder Sally de Vries-Haas en dochter Clara, vonden er in 1942 een ‘veilige haven’. Zij moesten hals over kop hun woonplaats Soesterberg verlaten om te ontkomen aan de vervolging door Duitse machthebbers en Nederlandse jodenjagers. Zij vonden in Robersum een onderduikadres, totdat er van verraad sprake was en de dames in de klauwen vielen van de beruchte Nunspeetse marechaussee Karst Doeven (18 april 1912 geboren te Oldemarkt), die ze ter plekke arresteerde. De dames overleefden het niet, via kamp Westerbork vonden ze de dood in vernietigingskamp Auschwitz.  Doeven was een niets en niemand ontziende misdadiger en trouw vazal van de Duitse bezetter die heel wat onschuldige Nunspeters en andere Veluwenaren de dood heeft ingejaagd. Het waren Joden, verzetsstrijders en illegalen die, al of niet verraden door plaatsgenoten, in zijn handen vielen. Zijn naam mag nooit vergeten worden als huiveringwekkend voorbeeld van iemand die misdadige  keuzes in het leven maakte.  Doeven werd na de oorlog veroordeeld tot 15 jaar cel. Hij ontliep daarmee de doodstraf die eerder tegen hem geëist was. 

Huize Robersum bleef na de oorlog een pension voor mensen die woonruimte nodig hadden. Vaak waren dit jonge echtparen die door de grote woningnood wachtten op een eigen woning. Later werd hun plaats ingenomen door vakantievierders die voor het bedrag van f7,50 per dag vol pension kregen aangeboden in pension Robersum. Op de voordeur prijkte het bordje ‘Lid van de VVV’ als teken dat de kamerverhuur legaal was. Zo werd er in de karige jaren 50 en 60 toch een poging gedaan het hoofd boven water te houden.

Nadat de familie Biesmeijer in 1964 vertrok, kreeg het huis een nieuwe bewoner: Jan Vos, een bekende Nunspeetse kruidenier, die een winkel had op de Stationslaan. Als eigenaar van het pand wilde hij het huis graag zelf bewonen. Tot op de dag van vandaag wordt het huis nog steeds bewoond door het gezin van Bert Vos, een kleinzoon van deze bekende zakenman. 

Robersum is inmiddels wel aangepast aan de eisen van deze tijd. De beerput en de lampetkannen zijn verdwenen evenals de kolenkachels op de benedenverdieping. Het huis heeft nu een mooie badkamer en overal centrale verwarming. De buitenkant is echter nog steeds in grote lijnen hetzelfde als bij de oplevering in 1910 toen de gezusters Brouwer als eerste bewoners het huis betrokken.

De omgeving is nog altijd een van de mooiste woonplekken in Nunspeet. De oude villa’s, die hier en daar afgewisseld zijn met moderne, staan nog steeds langs mooie lanen, vlakbij de parel in de kroon: Het Oranjepark.

Bert Biesmeijer

Uit de Veluwse Courant van mei 2021