Vrijwilliger gezocht voor: Breng de geschiedenis tot leven: een vergeten watersnood

10
1299

In 2025 is het 200 jaar geleden dat Nederland werd getroffen door een grote watervloed. In 1825 zorgde een storm voor grote overstromingen. Vooral Friesland en de Zuiderzeekust werden zwaar getroffen. Deze enorme ramp verdween snel uit het collectieve geheugen van de Nederlanders. Voor het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is 2025 dé gelegenheid om dit historische feit in de spotlights te plaatsen.

Wij zijn op zoek naar vrijwilligers die tenminste één dagdeel per week willen helpen met het toegankelijk maken van de archieven die betrekking hebben op deze watervloed. Dit kan bijvoorbeeld door middel van transcriberen of indexeren. Naar aanleiding van jouw werkzaamheden, vormen we het verhaal dat wij in 2025 gaan vertellen via diverse activiteiten.

Wat neem je mee?
– Je hebt affiniteit met geschiedenis (van de Noordwest-Veluwe)
– Je kunt overweg met diverse programma’s binnen Microsoft Office (Word, Excel, Teams)
– Je werkt netjes en precies
– Ervaring met negentiende-eeuws taalgebruik en schrift is een pré
– Je bent minimaal één dagdeel per week (binnen de openingstijden van de studiezalen) inzetbaar

Je gaat je werkzaamheden uitvoeren op één van de locaties van het SNWV. Dit kan in Elburg, Nunspeet, Harderwijk of Oldebroek. In overleg zou het mogelijk kunnen zijn om vanuit huis ook enige werkzaamheden uit te voeren. Je werkt samen met een groep vrijwilligers aan het project over de watersnood 1825. Wij organiseren een periodiek overleg tussen alle vrijwilligers die meewerken aan dit project om de voortgang en obstakels te bespreken. Uiteraard krijg je van ons de juiste begeleiding bij je werkzaamheden.

Interesse? Of heb je nog wat vragen? Neem contact op met het Servicepunt Vrijwilligers via vrijwilligers@welzijnnunspeet.nl of 06-89992042.

10 REACTIES

  1. Ik weet wel dat alle ladenkasten van mijn grootouders tot ongeveer de helft in het water hadden gestaan. .Het water kwam dan uit de sloten en beken opzetten en overstroomde van daaruit de landerijen. Het was dus geen bulderede overstroming.
    Volgens hen kwam ongeveer een eeuw geleden bijna elke winter het water, voordat de afsluitdijk werd gebouwd het land op. Het zeewater overstroomde dan in Nunspeet, tot iets voorbij de dorpsmolen, van ik meen van Koerhuis nabij de Aarweg, alle lagere velden vanaf de zee.
    Veel oude boerderijen stonden op een terp of op de strandwallen van de grintduinen(nog te zien tussen de Oude Pol en Hoophuizen). Duinen die in het verre verleden via beken water waren opgeworpen. In mijn jeugd groeven boeren die grint op voor erfverharding, net boven de Spijkerweg. Daar stond voor algemeen gevruik een grote grintzeef. Ik vond het leuk om met de lorrie,s die voor grintvervoer klaarstonden over de rails de zee in te rijden. Spannend man.
    Vanuit de werkverschaffing werden in de loop der tijd de meeste strandwallen de zee ingereden. Landaanwinning.
    Opoe, die ook op een terp woonde, hield tijdens de vogeltrek pensioengasten die op de talrijke (duizenden putters, sijsjes, goudvinken, en andere trekvogels) jaagden in het struikgewas tussen die die nu verdwenen duinen. Een oom ving schatlijsters met strikken van paardenhaar.(het haar trok hij uit paardenstaarten die bij het station hun wagens parkeerden voor vervoer per trein naar Engeland voor Bacon) Die lijsters werden verkocht naar brussel voor consumptie in dure restaurants. Ik meen door Tida Kira.
    Nu ik toch bezig ben. Volgens Opa, ook afkomstig van een strandwal, reed men in die tijd vaak met paard en wagen door de beken omdat de grond dan vlakker was. Kasteel Staveren werd bv via de Hierdense beek met een platbodenmet met turfbrandstof bevoorraad.
    Ik vond Opa,s naam eens in een oud archief wegens het redden van een buurman uit het wilde zee-water tijdens een storm. Alle koeien van de buurman verdronken.
    In mijn jeugd groeide er maar weinig riet aan de zeekust. Overal waren zandstrandjes waar wij zwommen. Voorbij de zandbeek groeide een erg dik soort riet waar wij kano,s van knoopten.
    Zal in het teken van exotisme wel zijn gerooid door bevoegde instante,s, Net aldsbv Rododendrons.
    Is dit leuk of vervelend?

  2. Beste A- Lias , waarom vind je dan nog bij de boerderij van Westbroek ( links van het wildrooster van Elspeet komende uit de richting Nunspeet nog een stal met de stalraampjes op de 2e verdieping ?
    Dit had een reden n.l. bij overstroming stond het vee al veilig !
    Hetzelfde bij Bad Hoophuizen in Hulshorst , mijnvader is daar geboren.
    Maar je bent waarschijnlijk wat jeugdig ; dit houd in moeilijk te begrijpen.
    Hopende trek je wat lering uit de ware verhalen van W !
    G.r. Jan

    • W oreert vaker over het verleden.
      In dit geval denk ik dat hij dan zomaar een comment geschreven heeft dat dan wellicht waar is.
      Verhalen over lijsters die met paardenstaartenhaar gevangen werden en verkocht in Brussel vind ik wat vaag.
      W behoort boor mij niet tot groep betrouwbare reageerders gezien de meeste comments van hem doorspekt zijn van onzin en opruiende onzin.
      Maar goed, ik moet toegeven.
      Ik denk inderdaad dat hij in dit verhaal put uit zijn roemrijk verleden.

  3. Vooruit dan beste Peter.
    In mijn jeugd waren veel landerijen richting zee ongeveer 60 meter breed en enkele +_honderden meters lang, omheind door +_15 meter brede soms gevlochten heggen om het vee binnen die weilanden te houden. Ik bouwde hutten in een heggengebied boven de Kolmansweg en Bovenweg het Hoge en de Molen. Daar bakten wij onze gevangen visjes en paling. Dat gebied werd de Blikken genoemd. Vaak waren die stroken grond verder richting zee in het bezit, via vererving van kerken.
    Dat weiland werd dan als hooiland verhuurd, vaak aan de Overvelsen(boeren woonachtig aan de overkant van de Elspeter heide en de bossen).
    Omdat in die Overveldse dorpen minder hooiland voorhanden was werd die landerijen door de boeren in het Verveldse vaak gepacht, zodat hun hooivoorraad in de winter het vee en de schapen van voedsel kon voorzien.
    Wij Nunspeters herkenden die Overveldse hooiwagens aan de enorme vrachten die werden geladen, en vaak door een dubbel paardenspan werden getrokken, om de trekkracht te vergroten.
    Onderaan de Turfberg halverwege Elspeet wachten de verschilliende paardewagens op elkaar, haalden de paarden vanaf de laatste wagens uit hun riemen, en spanden al de dieren samen voor de eerste kar, waarna de voerlui de wagen gezamelijk over het hoogste punt van de Turfberg sleurden. Iedereen kwam op dezelfde dag meestal aan de beurt.
    Overveldse mannen waren te herkennen aan de hoge glimmend gepoetste zondagse schoenen die door hen werden gedragen. Een zwart stuk sok of een enkel was vaak tezien. De hooioogst was voor de Overveldsen een uitje.
    Soms werd er eerst nog in Nunspeet bij het cafee van Gammie, naast de markt, ik meen een Maatje gepakt. Dat was een glas met 2,5 borrels.
    Ik hoop dat deze historie door onze geliefde “Lias” wordt goedgekeurd

    • Lias keurt het zeker goed.
      Als het om het verleden gaat is daar natuurlijk nietveel over te fantaseren en zul je zodoende je ervaringen op dit forum delen.
      Dat is alleen maar leuk.

  4. Beste Jan Karsen
    iK Ben er niet helemaal achter welke plek u precies bedoelt. Als het wel de plek is die ik denk, kan het zijn, dat het daar de “Beek” heet. Volgens wijlen een oude maat die destijds in die buurt bij de Kleiduiven schietvereniging werkte, begon in die buurt een zijbeek van de Hierdense beek? Toen de dennen daar nog niet waren opgegroeid, kon je nog een soort bedding door de aanplant zien slingeren. Mogelijk de oorzaak van die overstromingen na veel regewater.

Comments are closed.