Uitstralende rugpijn

0
34

In de wachtkamer zit Jan wat vreemd op de stoel; hij zit alleen op zijn rechter bil en zijn linker been houdt hij half gestrekt van zich af.
Wanneer ik zijn naam noem, staat hij moeizaam op met zijn hand op zijn linker onderrug.
“Ik denk dat ik een hernia heb”, zegt hij.
“Dat zou zo te zien best wel eens kunnen”, antwoord ik.
Jan loopt, nou ja beter gezegd sluipt mijn spreekkamer binnen en ik zie dat hij wat wankel op zijn linker been staat.
“Hoe is dit zo gekomen, Jan?” vraag ik.
“Ik heb van het weekend geprobeerd een grote boomstronk op te tillen, zonder succes trouwens alleen met een scheut door mijn rug. Ik heb paracetamol genomen maar dat doet niks. Vanmorgen zakte ik door mijn linker been en toen dacht ik: ik moet er naar laten kijken, vandaar. Nou moet ik zeggen dat ik wel vaker een gevoelige plek in mijn rug links heb wanneer ik in de tuin druk bezig geweest ben. Dan nam ik een hete douche op mijn rug en een paracetamolletje en dan ging het weer over, maar dit is wel iets anders.”
“Wat vervelend, goed dat je gekomen bent! Wat wilde je eigenlijk van die stronk gaan maken?”
“Een buitenbank van maken, maar dat gaat nu even niet!”
“Nee, begrijp ik. Dan wil ik je onderzoeken. Kan je voor mij komen staan in je onderbroek?”
Jan kleedt zich moeizaam uit steun zoekend bij de onderzoekbank.
Wanneer hij voor me met zijn rug naar mij toe staat, kijk ik hoe Jan staat.
Hij belast zijn linker been niet echt; zijn linker knie iets gebogen. Dat noemen we een “antalgisch”: ‘ant’ komt van tegen [anti] en ‘algisch’ komt van pijn [algesie]; dus een stand die tegen pijn gericht is en die ontwijkt.
Verder kijk ik naar de luchtfiguren tussen de rug en beide armen en vergelijk links en rechts. De luchtfiguren verschillen ten nadele van links. Dat is logisch omdat Jan niet op beide benen kan staan wegens de pijn in zijn onderrug.
Wanneer ik Jan vraag om op een been te gaan staan als een ooievaar op 1 poot staat, lukt het hem met het rechter been wel, maar bij stand op zijn linker been zoekt Jan steeds steun met zijn voet en het lukt hem niet goed.
Dan vraag ik Jan op de onderzoek bank te gaan zitten met zijn onderbenen over de rand.
Om zijn aandacht af te leiden van mijn onderzoek vraag ik hem naar zijn vakantieplannen, onderzoek ik met mijn reflexhamertje de reflexen van zijn knieën en onderbenen.
Rechts reageert de kniepees normaal levendig; links tref ik een flauwe reactie.
De achillespeesreflex verschilt ook links-rechts ten nadele van links en hetzelfde geldt voor de voetzoolreflexen.
Dan vraag ik Jan om op zijn rug te gaan liggen voor verder onderzoek.
Wanneer hij ligt til ik eerst zijn rechter been omhoog; die kan ik gemakkelijk optillen.
Zijn linker been is een ander verhaal: bij optillen tot een hoek van 60 graden geeft Jan pijn aan. Wanneer ik dan zijn voet haaks op zijn onderbeen wil brengen, wordt de pijn erger.
Jan kleedt zich aan en we bespreken de onderzoeksgegevens.
“Het kan een hernia zijn, maar het kan ook alleen maar prikkeling van de uittredende zenuw zijn. Om dat uit te zoeken wil ik een MRI laten maken.”
Jan is het ermee eens en vraagt: “Heb je iets beters tegen de pijn beter dan paracetamol?”

Carolien en John Polderman – Götte, huisartsen te Elspeet.