‘Ik heb genoten van alles wat ik gedaan heb!’
Gerrie Bonestroo uit Nunspeet heeft talent voor schilderen. Haar handen maken alles wat je maar kunt bedenken aan creatieve uitingen.
Op een goede dag lang geleden zag Gerrie Bonestroo een schilderij en dacht: “Dat wil ik ook!” Ze nam les in een groepje bij dhr. Harkema die als amateur verdienstelijk schilderde. Haar eerste schilderij maakte ze van wuivend riet. Verbaasd concludeerde ze: “Ik kan ook riet schilderen en het lijkt echt te bewegen.”
Gerrie heeft een jaar of tien – maar het kunnen ook er ook twintig geweest zijn – les gehad van amateurschilders. Les nam ze alleen overdag in de winter. Want in de zomer is ze te druk om dat te kunnen doen. Ze hebben immers ook een grote rommelschuur waar spullen verkocht worden ten bate van Roemenië. Haar betrokkenheid bij Roemenië sijpelt steeds bij de gesprekken over haar schilderwerk door.

Water en wolken
“Als je schildert kun je daar niet zomaar even mee ophouden. Ik schilder met olieverf en gebruik alleen kleine kwasten.” Het is te zien in de kamers die volhangen met haar schilderijen. Ze schildert gedetailleerd en realistisch. Er hangt een langwerpig schilderij met allemaal schattige kuikentjes: “Dat zijn mijn kleinkinderen. Ik kan geen gezichten schilderen, dus heb ik het verbeeld in kleine kuikentjes.” Schilderen doet ze nu thuis en ook alleen in de winter. In het verleden heeft ze wel tentoonstellingen gehad, een keer in Veluvine en ook in de kerk heeft haar werk gehangen.
Ze doet er niet gewichtig over. “Ach, het is leuk om te doen, maar nee, ik verkoop geen schilderijen. Ik geef ze weg.” Ze vertelt dat haar kinderen en kleinkinderen allemaal wel schilderijen van haar in huis hebben hangen: “Ze hebben de mooiste al wel meegenomen.” Ze lijkt het maar doodnormaal te vinden dat ze zulk mooi werk weet te maken. Gerrie is een groot bewonderaar van Marius van Dokkum en dat is te zien. Er hangt een schilderij dat ik herken van hem.
Ze licht toe: “Ik begin met naschilderen van wat ik mooi of leuk vind. Dat kan een plaatje in de krant zijn of een schilderij dat ik zie. Meestal voeg ik daar iets aan toe, bomen of dieren.” Inspiratie haalt ze vooral uit de natuur: “Alles met water en wolkenluchten vind ik mooi en schilder ik graag.” Onheilspellende wolkenluchten schildert ze en de weerspiegeling in het water van een bos.

Bescheiden
Gerrie noemt zichzelf geen kunstenaar, want “ik schilder gewoon.” Haar bescheidenheid is kenmerkend en blijkt ook als fotograaf Maarten binnenkomt. Ze schuttert wat en zegt dat ze het maar niets vindt om op de foto te gaan. Maar haar echtgenoot leidt haar af en dat maakt het toch wat gemakkelijker om op de foto te gaan. Behalve schilderen is Gerrie ook creatief op allerlei andere manieren. “Ik heb ook aan pottenbakken gedaan en daar les in gegeven aan kinderen. Op de lagere school heb ik handwerklessen gegeven. En ik heb ook aan bijenkorven vlechten gedaan.”
Alles wat je kunt bedenken heeft ze wel gedaan. Haar echtgenoot toont dingen die ze heeft gemaakt: mooie quiltkleden, zoals die op tafel ligt en hij zegt daarbij “Een paardentand en een vrouwenhand staan nooit stil!” Gerrie vertelt over haar quiltwerk: “Kijk, op dat kleed heb ik met de hand hartjes genaaid. Dat was gemakkelijk om te doen, want zo’n klein hartje kan in een tas mee en dat werk deed ik als we onderweg naar Roemenië waren.” Ze heeft ook talloze kleine aardbeitjes gequilt en die gaf ze her en der weg. Ook in Roemenië deelde ze deze uit.

Over hun relatie met Roemenië vertelt haar echtgenoot: “De Gereformeerde kerk aan de Driestweg had geld ingezameld voor de bouw van een kerkje in Roemenië. Toen de bouw klaar was zijn wij met anderen door de Roemeense kerk en de Oost-Europa commissie van de kerk hier uitgenodigd om bij de opening te zijn.
We werden daar ’s avonds ook uitgenodigd bij de mensen thuis. En toen zagen we wat daar werkelijk aan de hand was. We waren bij een van de jongens, die betrokken was bij de bouw van het kerkje, thuis. In een kamertje zagen we een mevrouw met een open been op een juten zak op de lemen vloer liggen. Onze ogen gingen open voor de armoede die daar heerst. We zijn toen begonnen met inzamelen om te helpen die armoede te bestrijden.”
Scouting
Gerrie maakte ook poppen en trollen, die ze aankleedde en daarbij maakte ze ook gebruik van dingen die ze in de natuur vond, zoals de hoedjes van eikels en beukennootjes. De gezichtjes, handen en voeten maakte ze van klei, soms van zelfdrogende klei en soms van klei die in de oven gebakken moest worden. Haar echtgenoot komt aanlopen met een beer. “Die heb ik gemaakt van een oud laken, ik vulde hem met fiberfill, maakt het hard met witkalk of houtlijm en daarna schilderde ik de stof.”
Dit alles is verleden tijd, want “met mijn vijfentachtig jaar ben ik wel langzamer geworden.” Ze is ook zeven jaar als vrijwilliger bij Scouting in de weer geweest. Als ze daarover vertelt wordt ze nog steeds enthousiast: “Scouting was een geweldige tijd. Ook daar deed ik van alles met handenarbeid: verven met natuurlijke kleurstoffen zoals zuring en uienschillen, weven met gebruikmaking van houtjes uit het bos en natuurlijk brood bakken.
Scouting is een geweldige organisatie waar kinderen van alles kunnen leren. In de tijd dat ik eraan meedeed was er ook wel een heel goed team dat de leiding had.” Haar leeftijd is niet aan haar af te zien en ongetwijfeld is dat ook te danken aan deze uitspraak: “Ik heb genoten van alles wat ik gedaan heb!”
Door Greet Kappers







