‘We hebben nog hoop’

0
1694
Bonestroo

Nunspeet – Gezeten in zijn rustieke boerderij aan de Zeeweg, waar hij 80 jaar geleden het leven aanschouwde, verzucht Tijmen Bonestroo: ‘Het is heel verschrikkelijk. We moeten hier weg, dat heeft de gemeente zelf gezegd. De schuur gaat eraf. Het land, het huis van de jongens, alles moeten ze hebben. En waar krijgen we wat weer? Waar de jongens ook heen gaan, wij gaan mee. We hebben altijd geholpen met het werk zolang we konden. Nu kunnen we niet meer, nu helpen Dirk en Jan en onze dochters ons. Maar het zou wel een groot wonder zijn als we weer bij elkaar komen te wonen,.

Er klinkt verdriet door in de woorden van de 80-jarige Bonestroo die samen met zijn even oude echtgenote geniet van een welverdiende oude dag. Met de gezinnen van de twee getrouwde dochters woont het echtpaar Bonestroo aan de Zeeweg. En juist dat gebied is bestemd voor plan ‘t Hul, hetgeen inhoudt dat daar woningen worden gebouwd.

Mevrouw Geertje Bonestroo-Dijkhuizen staat haar man terzijde; ‘van de gemeente mochten we hier wel blijven wonen, maar het land en de schuur, alles gaat eraf. De weg komt dan voor onze deur. De jongens moeten wel weg. Zonder Dirk en Jan kunnen we niet. Ja, zeiden ze, op de groenstrook naast de weg kun je wel wat verbouwen. Ze bedoelen zeker brandnetels in de hondestront. Laten ze pas de nieuwe weg aanleggen als de woningen gebouwd zijn’.

Een van de dochters springt bij; ‘is de Zeeweg niet goed genoeg? De ellende dat je op de schopstoel zit duurt nu al 30 jaar. Hoe lang is het al geleden dat we wilden behangen en tegen elkaar zeiden; doe maar een goedkoop behangetje we moeten toch weg. Ze verknallen je hele leven. Ze willen ons het liefst naar de zee hebben en als het kan nog verder. Nu zitten we makkelijk dichtbij het dorp. Straks komen we verder af te zitten, want de jongens willen blijven boeren. Maar als er een woonwagenkamp komt moet dat wel dicht bij het dorp zijn’.

‘Och’, zegt mevrouw Bonestroo-Dijkhuizen, ‘de hoop dat het niet ‘deurgeet’ heb ik nog niet opgegeven. We prakkiseren er niet meer over, anders slaap je niet. De gemeente krijgt geen bouwvergunning, anders waren we hier allang weggeweest’.

Zesde geslacht

Zoals gezegd, de familie Bonestroo heeft altijd aan de Zeeweg gewoond. De grootvader van de 80-jarige Tijmen woonde er al in de beginjaren van 1800. Het zesde geslacht woont er nu. Nog wel, dat ook. De dochters van Tijmen en zijn vrouw zijn eveneens getrouwd met Bonestroo’s. Hoewel ze nog altijd in een rustig gebied wonen heeft het echtpaar het in de loop der tijden drukker zien worden. Dat begon toen in 1935 de verkeersweg werd aangelegd. De heer Bonestroo; ‘je had toen enkel het Zwolsewegje. Door de aanleg van de verkeersweg moest onder andere Van Stelten weg, Beerekamp heeft zijn huis toen omgezet. De Zeeweg is er altijd geweest. Die hebben ze later geteerd’.

Hij vindt het jammer dat Oud-Nunspeet geheel verdwenen is. ,Zoals de Dorpsstraat is toegetakeld, verschrikkelijk. Maar je doet er niets aan. Ik kan me nog herinneren dat de oude smederij van Van Sloten, waar nu Zwarts zit, er was. En ook de stalhouderij in het dorp. Het is allemaal verdwenen. Je kent ook niemand meer. Nunspeet is veel te groot geworden. De 80-jarige heeft nog wel goede contacten met de buren. ‘Ik kan nu niet meer werken en daarom stap ik wel eens naar de overkant. Oude herinneringen ophalen’.

Evacuées

En herinneringen zijn er zeker. Immers het stukje Nunspeet aan de andere kant van de Verkeersweg ( Elburgerweg ) verbergt een geschiedenis. Met name in de oorlog, toen de Verkeersweg door de zogenaamde trekkers werd bevolkt. De heer Bonestroo vertelt; ‘ toen hebben we hier veel slapers gehad. Op een nacht hadden we 45 mensen op de deel. Allemaal trekkers. Ook in het bakhuus hadden we evacuées. Die kwamen allemaal van de weg af’.

Beiden kunnen nog herinneren dat er afweergescuht stond in een heg op het weiland van Gerard Vos. Ook moesten zij eens een paard afstaan aan de Duitsers. ‘De Duitsers hadden het dier zelf uit het weiland gehaald. Een poos later brachten zij op een zaterdag een paard terug. Moet je niet vragen wat voor een. Dat beest was volledig afgebeuld en zo mager. Iedereen kon zien dat het gauw dood zou gaan’.

Zijn vrouw merkt tot slot op: ‘Je mag het niet zeggen, oorlog is het meest verschrikkelijke wat er is, maar als er weer oorlog kwam ging plan ‘t Hul niet door’. En daarmee typeert zij de gedachtengang van de familie die al vanaf de vorige eeuw in dit gebied aan de Zeeweg woont. Het bejaarde echtpaar is nog nooit verhuisd. Het zal dan ook zeker niet meevallen om dat op je 80e te moeten. De hoop op een goede afloop is echter nog niet verloren.

(bron HenkVis/Nunspeet Vooruit 1984)

Bonestroo

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here