Kapper ‘Touwtje’ knipt alle modellen

0
384

Nunspeet – ‘Ik ben een ouderwets kappertje maar krijg alles voor elkaar. Of het nu een Kojak-, punk of stekeltjesmodel is, het komt voor elkaar’.Ruim 36 jaar is hij nu kapper naast cafe de Viersprong en nog altijd doet Hendrik Jan Bouwzijn werk met plezier en liefde. Bij zijn grote klantenkring staat hij bekend als ‘Touwtje” en zo noemen de Nunspeters hem ook.

Vanwaar de naam Touwtje? ‘Op de lagere school is die naam reeds ontstaan. Veel kinderen bleven tussen de middag over in de ‘broodschool’, zo noemden ze dat. Dan werd er door de meester voorgelezen, terwijl wij ons brood opaten.  Omdat ik nooit zo goed stil kon zitten en nogal veel tussendoor sprak zei de meester altijd; rustig Henkie. Maar ja dat kun je net denken. Voor straf moest ik dan altijd voorlezen uit een boekje van Krijn Touw. Vandaar de naam Touwtje. En ik hoop die naam nog jaren te horen, dan ben ik er tenminste nog’. De thans 58-jarige Henk bouw is wel op een heel vreemde manier het kappersvak ingerold. Zijn vader was klant bij kapper Nico de Rijk aan de Harderwijkerstraatweg en omdat zoon Henk van school kwam moest hij aan het werk. Er was immers geen geld om verder te leren. Dus op verzoek van zijn vader mocht Henk op 14-jarige leeftijd, het was 1937, de kapper de Rijk gaan helpen.

‘Ik kreeg toen 2 kwartjes in de week. Daarnaast schoof Bart van de Pol, die er ook werkte, mij wel eens 50 cent uit de fooienpot’. Mevrouw Bouw vult aan dat Henk toen zo klein was dat hij, staande op een stoof, zijn klanten hielp. Maar och wat een mooie tijd was het. ‘Man wat had je toen gezellige klanten. De mensen bleven vaak hangen tot 12 uur ’s nachts. Op zaterdag begon je immers ’s morgens om acht uur tot ’s avonds elf uur. Toen was het geven en nemen. In de week werkte je van acht uur ’s morgens tot acht uur ’s avonds. Zaterdag was meestal de drukste dag. Dan had je wel 140 tot 150 man per dag’.

‘Bakker van Renkum kwam iedere dag. Maar hij kwam nogal laat. Uit voorzorg zei de Rijke dan tegen mij; Henkie ga jij de bakker maar halen anders wordt het nog later. Op mijn fietsje ging ik dan naar zijn huis en vraag dan; bakker, moet u nog geschoren worden? Dan zei hij altijd; jazeker Henkie, is het al zo laat? Waarop ik antwoordde; jawel bakker, het is bijna zondag’.

Vijf jaar hield Henkie Bouw het vol bij kapper Nico de Rijk. Toen vertrok hij naar kapper Kamp. Dat was in 1942. In 1943 moest hij, op last van de Duitsers in ;die Heimat’ aan het werk. In november 1944 vluchte Bouw naar Nederland. ‘Kapper van de Sluis zat toen in het huidige pand op de hoek van de Brinkersweg/Zeeweg. Hij wilde me graag als kapper hebben en met de bevrijding werkte ik bij hem. Van de Sluis stierf echter al snel daarna aan een hartaanval en toen heeft Jan van Koot de zaak overgenomen. Ik was toen net een jaar bij van de Sluis. Het geval deed zich voor dat een knecht zijn baas moest inwijden. En nog altijdis die knecht in loondienst bij van Koot. Ik heb het er nog altijd naar mijn zin’, aldus kapper Touwtje.

Volkszaak

Henk bouw staat nu dus ruim 36 jaar in Nunspeets oudste kapperszaak die van oudsher een volkszaak is en zo is gebleven. Toen Bouw bij van de Sluis begon nam hij veel klanten mee van zijn vorige baas. ‘Ik heb klanten die ik al wel 40 jaar behandel,. Denk maar eens aan Gart Fidder uit Hulshorst en aan Steven van ’t Hul’. Ik krijg klanten in de zaak van boven de 65 jaar die niet beter weten of deze zaak heeft er altijd gestaan. Ja, misschien wel 70 jaar’.

Is het altijd een volkszaak geweest? Henk Bouw; ‘Ja, het is altijd een keurige volkszaak geweest die ook nog precies dezelfde is gebleven. Wij zijn begonnen met een dubbeltje voor het scheren te vragen, terwijl knippen 15 cent of een kwartje kostte. Nu zij de tarieven 5 gulden voor het scheren en 8,50 voor knippen. Nog niet veel hoor. Tja, we hadden wel op kunnen slaan, maar dat wilden wij de aow’ers en eigenlijk niemand aandoen. En bovendien het was een gezellige zaak. Oh, wat een mooie gesprekken zijn er hier gevoerd’. En dan noemt Henk diverse voorvallen op. De gesprekken met wijlen Lubbert Fidder die altijd wanneer er iets bijzonders aan de hand was zei; ‘Wel offerstom’. Of de gesprekken met de stroper Hop, ook wel de Poendert genoemd. En niet te vergeten de oude Lubbert Fidder, die van ‘met de luchtbak goan’. En wat te denken van de stropers Tiemen Rekers en Riek Dekker? Die gingen achterstevoren het bos in zodat de boswachter dacht dat ze er net uitkwamen. Dat waren pas slimme stropers. Maar die jaren zijn weg. Jammer genoeg wel. O, zet Klaas Mol d’r ook nog effe bie. Tjonge wat gezellig hebben we het gehad. nu, wanneer de klanten klaar zijn, gaan ze gelijk weg. Toen bleven ze hangen. Er waren er zelfs die zich al hadden laten scheren en toch bleven hangen. Na enige tijd gingen zij opnieuw in de stoel zitten..’, aldus Bouw.

‘Attention’

En dan vertelt hij het verhaal van Evert van Ingen ( Tonnetje ) die hij nogal eens een poets bakte. ‘Wanneer het mes niet scherp genoeg was schopte Evert met zijn voeten tegen de stang onder de stoel. Zo gebeurde het eens dat ik dacht, dat bestaat niet. Het is te stomp zei Evert desondanks. Dan zei ik tegen Jan van Koot; ‘Attention’, deze lette dan goed op mij. Met de rug van het mes ging ik dan langs de riem en ging daarna verder met scheren. Hoe is het nu Evert? vroeg ik dan. Uit de kunst zei Evert dan… Er werd toen wat afgelachen in de zaak. Tegenwoordig zit iedereen elkaar aan te kijken. weet je wat ik dan doe? Dan draai ik mij om en zeg; jullie mogen wel met elkaar praten hoor, je bent toch niet doofstom?’ Desondanks gaat Henk Bouw graag naar zijn werk. er gebeuren immers nog zoveel mooie dingen. ‘Henk Mosterd uit Hierden komt nog altijd een keer in de week om zich te laten scheren. Hij heeft dan een baard aan zijn snuit hangen van een hele week. die man wordt altijd gebracht en gehaald. als hij klaar is zegt hij; ik wil even afrekenen. Dan zeg ik; ga maar even me naar buiten’. Bouw knipt alle modellen. Zelfs het model kaal. ‘Pas heb ik er nog 3 gehad, Henk Bouw, Henk Mulder en Beert Haverkamp. die hadden elkaar zitten opjutten’.

Geen vetpot

‘Wij hebben met ons drieën, Jan van Koot, diens vrouw en ik op de Viersprong veel werk verricht. Eerlijk waar. Jans vrouw, nu ook al zo’n zestig, maakt nog altijd de zaak schoon. Zaterdags heb ik ook nog wel eens in het cafe gewerkt, na mijn dagelijkse knipwerk. Het was toen echt geen vetpot. Ik had een klein kappersloontje’. Naast het scheren en knippen in de zaak knipt Henk Bouw ook aan huis. ‘Bijvoorbeeld bij Mannes Pap in Hulshorst. ’s Maandags ga ik altijd naar hem toe. Jaren heb ik hem als klant gehad in de zaak. Je bent dan toch verplicht om die mensen thuis te gaan knippen? Als je wilt kun je er een halve dag blijven hangen. De oude Drees van Olst op ‘tHul wil dat ook graag. Of Mannus van Olst en Grietje Beerekamp. Zij vraagt mij wel eens; Henk, wil je een poosje blieven?’

Nieuwe kapperszaak

Zaterdagmiddag gaat kapper Bouw met vakantie. als hij de deur van het oude onderkomen sluit betekent dit dat het voor het laatst was. Want…de oude kapperszaak gaat tegen de vlakte. Het beestje is uitgeleefd. Er zijn teveel mensen over de drempel gegaan. toen ik dat aan de klanten vertelde waren er een paar die perse foto’s wilden nemen, zegt Bouw. Op dezelfde plaats komt echter weer een nieuwe kapperszaak. Ook daarin voert Touwtje het bewind. Eerst als hij stopt met werken gaat de kapperszaak ducht. ‘Voorlopig wil ik blijven werken. In al die jaren heb ik slechts een keer in de ziektewet gelopen. En de vut lijkt me ook niet alles’. Daar is zijn vrouw het roerend mee eens. ‘Laat hem maar mooi blijven werken, dat is goed voor hem’.

( Bron; Nunspeet Vooruit/Henk Vis 1981 )

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here